Wandelen

Wandelen is een vorm van sport die eigenlijk iedereen die kan lopen wel kan doen. Ieder kan op eigen tempo een lekkere wandeling maken en zo genieten van de omgeving en natuur.


Sport
Wandelen is zeker een sport. Je hoeft niet naar de sportschool of te gaan joggen. Wandelen is een heerlijke vorm van ontspanningen en je traint direct je hele lichaam door de bewegingen die je doet. Wandelen kun je vrijblijvend doen, maar je kunt ook tochten gaan lopen.

Opbouwen
Het lijkt eenvoudig. Wandelen kan vrijwel iedereen. Toch is het aan te raden om alles langzaam op te bouwen. Zo went je lichaam aan de bewegingen en raak je langzaam aan meer getraind, waarna je langere tochten kunt gaan lopen.

Beginnen
Als je net begint met wandelen dan is het beste om eerst kleinere afstanden te lopen. Loop in de beginperiode ook zeker niet meer dan 6.5 km per keer. Je kunt zo kijken wat je lichaam aankan en hoe dit op de wandelingen reageert. Na verloop van tijd zal het wandelen gemakkelijker gaan.

Gevorderd
Als het gemakkelijker gaat dan zul je ook merken dat je conditie een stuk beter geworden is. Je kunt er nu voor kiezen om de afstanden wat langer te maken. Als je na verloop van tijd echte lange tochten wilt gaan maken dan is het aan te raden om toch zeker 400 kilometer aan wandelingen in de benen te hebben. Zelfs dit wil nog niet zeggen dat je de lange tochten ook uit zult lopen.

Tochten
Jaarlijks zijn er in Nederland enkele lange wandeltochten waaraan men kan meedoen. De bekendste is toch wel de vierdaagse van Nijmegen. Deze tocht vindt altijd in juli plaats. Om hiervoor te trainen wordt er aangeraden om al in februari met de voorbereidingen te beginnen. Zorg voor genoeg kilometers in de benen en bouw het langzaam op. Andere tochten om te lopen kun je opzoeken op bijvoorbeeld het internet of navraag doen bij de wandelbond van Nederland. Zij kunnen je een lijst geven met tochten die jaarlijks gehouden worden.

Tips
Hieronder enkele tips om je training goed op te bouwen.
• Wissel af in tempo. Loop de ene keer wat sneller en dan weer langzamer. Je lichaam raakt zo gewend aan verschillende snelheden.
• Onderweg dien je voldoende te eten en te drinken. Regelmatig kleine hapjes en slokjes is beter dan je in een keer vol te proppen. Zo blijft je energie behouden.
• Train op verschillende soorten ondergronden. Denk hierbij aan zandwegen, kiezelpaden, verharde wegen etc. Je weet namelijk nooit precies wat je tijdens een wandeltocht kunt tegenkomen.
• Train tijdens verschillende weersomstandigheden. Train in de zon, maar ook in de regen.

Blessures
De meest voorkomende blessure tijdens het wandelen zijn blaren. Door wrijving van de huid met ander materiaal kunnen deze ontstaan. Ze zijn vaak erg pijnlijk en zitten flink in de weg. Tijdens tochten kan men deze zelf doorprikken of dit door een arts laten doen. Smeer de blaar altijd in met jodium na het doorprikken en dek deze goed af met een pleister. Blaren kunnen voorkomen worden. Goede schoenen en sokken zijn hierbij van groot belang. Train ook met deze schoenen en sokken. Begin nooit met nieuwe schoenen aan een lange wandeltocht.