ADHD bij kinderen tussen 4 en 12 jaar

Kinderen die hyperactiviteit vertonen, worden al gauw ADHD kinderen genoemd. Maar dat is niet helemaal terecht. ADHD heeft meer kenmerken. ADHD is de afkorting voor de Engelse benaming Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder. Kinderen tussen de 4 en 12 jaar oud kunnen maar met veel moeite de aandacht bij taken of spel houden. Ze kunnen aanwijzingen niet opvolgen en zaken organiseren lijkt een onmogelijke zaak. Ze lijken in het bijzonder nooit te luisteren en zijn vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden. Ze houden helemaal niet van taakjes die een langdurige inspanning vereisen.


Een ADHD kind is inderdaad hyperactief, maar meer dan de kinderen die bijvoorbeeld door teveel suiker of kleurstoffen aan het “hyperen”zijn. Zo kunnen ze voordurend met handen of voeten onrustige bewegingen maken. Ze kunnen niet rustig blijven zitten. Het liefst rennen ze rond en klimmen ze overal op, ook als dit ongepast is. In enkele gevallen lijken ze wel praatziek: ze kunnen maar niet ophouden en praten aan één stuk door. Op hun beurt wachten is teveel gevraagd. Ze kunnen anderen roekeloos in hun bezigheden verstoren, omdat ze nu eenmaal iets willen. En graag zonder oponthoud.

Jongetjes hebben voornamelijk last van hyperactiviteit. Ze reageren impulsief en vertonen gedragsproblemen. Meisjes hebben eerder last van intellectuele beperkingen. Bij meisjes is de diagnose ADHD lastiger te stellen.

De oorzaken van ADHD zijn niet duidelijk. Wel is bekend dat het te maken heeft met het geslacht en leeftijd, individuele kwetsbaarheid en omgevingsfactoren. Daarbij speelt erfelijkheid een belangrijke rol. Kinderen van ADHD ouders hebben 50 procent kans om het ook te krijgen. Het ontstaan van ADHD zit in bepaalde genen. Sommige hersendelen van kinderen met ADHD zijn kleiner dan bij andere kinderen. Het risico voor kinderen is groter als de moeder in de zwangerschap dronk, rookte of een hoge bloeddruk had.

Soms verdwijnt de ADHD vanzelf naarmate het kind ouder wordt. Een behandeling bestaat uit een pedagogische aanpak, eventueel gecombineerd met medicijnen. Structuur en regelmaat in de dagindeling is een eerste vereiste. Soms wordt een suikervrij dieet aanbevolen. Aanraders zijn het gebruik van visolie, omega-3, ginkgo biloba en lecithine.