Glutenovergevoeligheid

Glutenovergevoeligheid, ofwel coeliakie, is een aangeboren intolerantie (overgevoeligheid) voor gluten. Het wordt ook wel inheemse spruw genoemd. Gluten zijn eiwitten en zitten in tarwe, rogge, spelt, haver, kamut en gerst.


Het was een Nederlandse kinderarts, Karel Dicke, die ontdekte dat sommige kinderen ziek werden van gluteninname. Waarom dat zo is, kan men tot heden nog niet met zekerheid zeggen. Er zijn patiƫnten die bij de inname van gluten in het immuunsysteem een antistof aanmaken. Hoewel gluten onschuldige (niet giftig en voedzame) eiwitten zijn, reageren mensen met een glutenintolerantie zeer heftig hierop, namelijk met een darmontsteking waarbij het slijmvlies in de dunne darm wordt aangetast.

Het slijmvlies in de dunne darm bestaat aan de binnenkant uit een groot aantal darmvlokken die een groot oppervlak voor voedselopname zorgen. Deze darmvlokken kunnen bij een coeliakie patiƫnt geen gluten verdragen. De gluten maken de vlokken kapot. De beschadiging is zodanig, dat de opname van voedingstoffen uit de voeding niet goed meer gaat. Het lichaam heeft deze voedingstoffen echter wel nodig om te functioneren (en kinderen om te groeien). Er ontstaan klachten als chronische diarree of verstopping, groeistoornissen, humeurigheid en vermoeidheid. Tekorten aan vitamines en ijzer leiden tot nog meer klachten.

Kinderen reageren vrijwel direct met klachten als ze voor het eerst voeding met gluten eten. Maar de intolerantie kan zich ook op latere leeftijd ontwikkelen. Dan heeft de overgevoeligheid voor gluten altijd wel bestaan, maar waren de klachten niet zo ernstig.

De enige manier om coeliakie te behandelen is het vermijden van het eten van gluten. Met een glutenvrij dieet krijgt de dunne darm gelegenheid zich te herstellen. De darmklachten zullen afnemen en wegblijven. Het genezingsproces duurt lang, van een aantal maanden tot een jaar. Een overgevoeligheid voor gluten geldt levenslang. Het glutenvrije dieet moet dan ook een leven lang worden volgehouden.