Het pensioen

Het pensioen bestaat uit meerdere vormen. Voor de AOW (Algemene Ouderdoms Wet) spaar je automatisch. Je hoeft er praktisch niets aan te doen. Voor een aanvullende pensioenregeling, bijvoorbeeld voor je partner of meer geld, zul je zelf actie moeten ondernemen. Hieronder volgt een overzicht aangaande de verschillende pensioenvormen.


De Algemene Ouderdomswet (AOW)
De AOW is een volksverzekering. Iedereen die in Nederland woont of werkt betaalt er verplicht aan mee. Zes maanden voordat je de leeftijd van (nu nog) 65 jaar hebt bereikt, krijg je bericht van de Sociale Verzekeringsbank. Zij bepalen de hoogte van je AOW-uitkering aan de hand van je leefsituatie en het niveau waar je onder valt. Er zijn vier niveaus, die gebaseerd zijn op percentages van het wettelijk minimumloon. De AOW uitkering is geen vetpot. Wanneer je weinig pensioen op hebt gebouwd, is het verstandig om voor een aanvullend pensioen te hebben gespaard.

Aanvullend sparen via werkgever
Het is verplicht om via je werkgever een pensioen op te sparen. Het spaarbedrag dient 70 procent van je gemiddelde loon te zijn. De AOW is een onderdeel van deze 70 procent.

Lijfrente
Heel veel mensen hebben te maken met een pensioengat. Daarmee wordt bedoeld dat zij die 70 procent niet halen door verschillende omstandigheden. Met een lijfrente kun je het tekort aanvullen. Hiervoor stort je jaarlijks een bedrag op een lijfrenteverzekering. De premie daarvan is aftrekbaar bij de fiscus.
Nabestaanden, overbruggings- pensioen en wezenpensioen
Als je een wezenpensioen hebt opgebouwd, dan heeft je kind na het overlijden van de ouder recht op een uitkering. Deze pensioenuitkering stopt meestal als het kind 18 jaar wordt (soms tot 21 jaar). Als het kind studeert of gehandicapt is, duurt de uitkering totdat het kind 27 jaar wordt.
Arbeidsongeschiktheidspensioen
Een arbeidsongeschiktheidspensioen vult bij arbeidsongeschiktheid de WAO-uitkering aan. De uitkering stopt als de WAO ingaat.
Overbruggingspensioen

Veel pensioenregelingen geven de mogelijkheid om voor het 65ste jaar met pensioen te gaan. Maar men heeft pas recht op AOW bij het bereiken van de leeftijd van 65. Het overbruggingspensioen is een voorziening om die tijd te overbruggen. Voor een overbruggingspensioen (ook wel prepensioen genoemd) moet men zelf via de pensioenregeling sparen.