Het minimumloon

De wet minimumloon en minimum vakantiebijslag bepaalt dat de lonen van werknemers niet beneden een vastgesteld minimum mogen dalen. Het is wettelijk vastgesteld en geldt voor werknemers van 23 tot en met 64 jaar. Voor jonge werknemers van 15 tot en met 22 jaar geldt het wettelijk minimumjeugdloon. Voor werknemers van 65 jaar en ouder geldt geen minimumloon meer en mag de werkgever zelf bepalen wat hij de werknemer betaald. In een cao kunnen andere afspraken staan over het loon, maar deze mogen nooit lager zijn dan het wettelijk minimumloon. Deze regel geldt voor alle werknemers met een arbeidscontract. Het maakt hierbij niet uit of het een tijdelijk of vast contract betreft. Hetzelfde geldt voor de wettelijke vakantiebijslag van 8%.


Om te bepalen of het brutoloon niet onder het minimumloon zakt moeten een paar brutoloon bestanddelen bij elkaar worden geteld. Dit zijn onder andere het contractueel overeengekomen bruto basisloon, de toeslagen zoals prestatie, ploegen, wachtdienst en onregelmatigheidstoeslagen, de vaste beloningen en de niet uit geld bestaande beloningen zoals de auto van de zaak en / of maaltijden, dus beloningen waar een bepaalde waarde in geld tegenover staat. Wat niet meetelt voor de bepaling is de vakantiebijslag, de winstuitkering, overwerk, onkostenvergoedingen en periodieke betalingen.

Voor de berekening van het minimumloon bij deeltijdwerkers moet er eerst gekeken worden welke fulltime uren binnen het bedrijf gelden. Wat een volledige baan is, verschilt per bedrijf. In sommige bedrijven is de fulltime werkweek 40 uur, in andere 38 uur en soms 36 uur. Eerst wordt berekend wat het minimumloon per uur is. Zodra dit bekend is kan het uurloon weer vermenigvuldigd worden met het aantal uren dat de parttime werknemer werkt.

Wanneer nu een werkgever minder dan het minimumloon betaalt, is hij in overtreding. In feite kan gesteld worden dat de arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de betreffende werknemer dan niet rechtsgeldig is. De werknemer heeft vervolgens 5 jaar de tijd om te eisen dat de werkgever het achterstallige loon alsnog betaalt. De onderbetaalde werknemer kan naar de kantonrechter stappen en het achterstallige salaris opeisen. Hij kan ook een klacht indienen bij de arbeidsinspectie, deze kan dan direct een boete opleggen aan de overtredende werkgever. Het achterstallige loon dient binnen 4 weken aan de werknemer te worden betaald anders kan ook nog een dwangsom volgen.
Voor achterstallige vakantietoeslag geldt een termijn van 2 jaar.

De hoogte van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon wordt 2 maal per jaar vastgesteld, in januari en juli.